Familie Helder op Reis: Jaartjeweg 2006 - 2007
We varen verder over
de Ou en zien weer allerlei mensen vissen en wassen. Op dit stuk zien we
prachtige karstformaties (kalksteen) zoals we die ook op veel plaatsen in
Zuid_Thailand zijn tegengekomen. Ook wordt goud gezocht, met
een ronde zeef of met een ‘Chinese goudzoekmachine’.
Waar de Ou uitmondt in de Mekong, stoppen we bij de Pac Ou-grotten. Hier zijn veel toeristen, we moeten over een paar andere boten heen klimmen om aan land te komen. De grot staat vol (kleine) Boeddhabeeldjes. Met Laotiaans Nieuwjaar (in april) worden die met water besprenkeld, maar nu zijn ze stoffig. In de grot ligt ook een skelet van een grote rat – waarschijnlijk gewoon hier gestorven en toen blijven liggen omdat dit een heilige grot is en je er daarom niet zomaar iets uit kunt verwijderen.
Bij de grotten is bovenaan een uitzichtspunt met een kleine grot. Langs de trappen staan meisjes vogeltjes te verkopen in veel te kleine kooitjes. Die mag je na aankoop bevrijden (totdat zij ze weer gevangen hebben). Hier zien we enkele prachtige vogelsoorten die we liever in het wild waren tegengekomen.
Een stukje
verder langs de Mekong stoppen we bij Ban Xang
Hai, een dorpje waar veel laolao gestookt wordt. Het recept klinkt simpel, wat
rijst in een ketel, water erbij en stoken maar. Geen kruiden erbij. Wel kun je
een apart smaakje krijgen door een schorpioen, slangetje of gekko in de fles te
stoppen. Ziet er heel typisch uit, maar mag je in Nederland niet invoeren. Ook
zijn er allerlei kraampjes met armbandjes, weefwerk en
ander spul. De meiden kunnen hier gezellig even winkelen. Wim ruilt zijn moderne
geld voor oud geld en wordt de trotse bezitter van een echte Indochina Piastre
(handelsgeld dat de Fransen hier hebben ingevoerd).
Nog een stukje verder over de Mekong, en dan zijn we bij de oude koningsstad Luang Prabang. Vanaf het water ziet het er niet uit als een grote plaats, alleen is hier geen stoffig paadje naar boven maar een brede stenen trap. Over deze trap ging de koning vroeger ook, als hij op reis ging. Bij de tempel boven aan de trap zongen de monniken dan voor een behouden vaart.
Met twee tuktuks worden wij met alle bagage naar ons hotel gebracht. Kamers verdelen, en dan een oriënterend rondje door de stad, ook om geld te wisselen. We bezoeken alvast een eerste tempel, de tempel van de emerald boeddha. Het is een mooie tempel met (net als in Chiang Rai) een replica van de emerald boeddha. Het originele exemplaar hadden we al in Bangkok gezien maar hier kan je er veel dichter bij komen.
Terug in het hotel nemen we afscheid van Mana – met veel dank voor al zijn enthousiaste verhalen. Van Dilek krijgen we een aantal tips voor de dagen in Luang Prabang, en dan is het tijd om te gaan eten. We lopen over de uitgebreide avondmarkt, en eten daar ook. Litty en Johan hebben allebei een stapeltje kippen gekregen, en kopen wat leuke souvenirs. Litty een geborduurde tas en Johan een klein rotan takro-balletje en een muts met muntjes. Ook de andere kinderen zijn druk aan het onderhandelen voor een parasol, horloge of katapult. Er is nog véél meer te koop, maar ja, we kunnen niet alles meenemen.
Als we Luang Prabang naderen, zien we een soort zonnepanelen langs de weg. Tenminste, zo ziet het er uit. In feite zijn het rekjes waarop plakken ‘rivier-wier’ liggen te drogen in de zon. Het wier vissen de mensen op uit de Mekong. In Luang Prabang wordt het verkocht op de markt, gewoon zo of bestrooid met sesam.
Alle
kinderen hadden zich aangemeld voor een ochtendje papier maken, en de ouders
mogen mee om te kijken. Wim gaat liever zelf op stap, om Luang Prabang goed te
bekijken – dat is vast niet voor niets een World Heritage-stad. Hij loopt een
rondje langs enkele tempels, en bezoekt het Nationaal museum.
Het nationaal museum is gevestigd in het voormalige paleis van de koning van Luang Prabang. Het geheel ademt een beetje de atmosfeer van een sultanaat zoals we in Maleisië ook wel hebben gezien. Er is een opstelling van een traditionele gamelan, er is een troonzaal, er zijn rituele drums en andere zaken. Het mooiste zijn wellicht nog de zalen zelf, versierd met prachtige glazen mozaïeken. Later blijkt dat dergelijke mozaïeken ook te vinden zijn op diverse andere tempels. In het museum mag niet worden gefotografeerd maar over buiten staat er niks. Als Wim de tempel van de koning (die alleen vanaf de buitenkant van het museum te bereiken is) op de foto zet, komt hem dat op een forse reprimande te staan. Het is een echte hofkapel zoals we die ook in Thailand hebben gezien, met een knielkussen voor olifantentanden en natuurlijk een boeddhabeeld.
De papiermakers worden om 9 uur met tuktuks opgehaald bij het hotel. We rijden naar een klein dorpje, waar op een open ruimte bij een huisje allerlei bakken papierpulp staan, een ketel staat op een open houtvuurtje en op een grasveld achter het huis staan vellen papier te drogen in de zon. Hier krijgen we demonstraties, en mogen de kinderen zelf aan de slag. Zie het verslag van Litty. De ouders zitten lekker in het zonnetje, of lopen een rondje door het dorp. Een ontspannen ochtendje, met een tuktuk gaan we terug naar het hotel.
’s Middags gaat ieder zijn eigen gang. Anneke, Litty en Johan lopen naar een marktje en kijken in een textielwinkel. Om half drie hebben ze met Wim een ontmoetingsplek afgesproken maar Johan ontdekt Wim al eerder. We gaan samen verder en beklimmen een trap die leidt naar een stupa op de grote heuvel die de stad beheerst. Halverwege heeft Litty er genoeg van. Terwijl Wim, Anneke en Johan naar de top klimmen, gaat Litty haar eigen gang: ze is enthousiast geworden van alle mooie papierwerk dat ze vanochtend heeft gezien, en gaat nu op zoek naar een papierwinkeltje; daar koopt ze een mooie waaier. Alle vier samen lopen we dan nog naar een wat (tempel) aan eind van de stad met mooi versierde buitenkant (onderweg passeren we ook nog een paar wats, er zijn er hier heel veel!).
Langs
de Mekong-rivier lopen we terug; bij alle restaurantjes zijn mensen bezig met
voorbereidingen voor de oudejaarsviering, dat betekent hier veel ballonnen
opblazen.
In het hotel ontmoeten we de anderen, en dan gaan we samen eten. We hebben ‘knallers’ met confetti, en als het eten op is hebben de kinderen veel lol met ‘gekke bekken trekken’ en daar foto’s van maken. Daarna gaan we naar ‘het huis van de gouverneur’, waar rond een groot podium met muziek en dans speciaal voor de toeristen het nieuwe jaar wordt ingeluid. Eerder op de avond waren daar ook voorstellingen, nu is er moderne muziek, daar hebben wij niet zo’n zin in. Terwijl de anderen bij het podium blijven, gaan wij nog een uur terug naar de hotelkamer.
Wim en Litty rusten even op bed, en Anneke en Johan spelen samen een spelletje Macchiavelli. We hebben dan wel geen oliebollen, maar een spelletje spelen hoort voor ons gevoel toch ook echt bij oudejaarsavond! Zo doen we dat elk jaar met de familie.
Tegen
twaalven lopen we terug naar het podium, en zien onderweg al vele brandende
lantarens de lucht in gaan, een schitterend gezicht! De lantarens zijn eigenlijk
meer luchtballonnen. Onder een grote papieren zak is een vuurbron bevestigd. Als
die aangestoken wordt, gaat het geheel de lucht in. In het feestgedruis is het
een beetje onduidelijk wanneer het nu precies twaalf uur is. Na een blik op het
horloge kan de champagnefles open en we wensen elkaar een goed 2007! Even later
is er ook vuurwerk. Niet op z'n Nederlands waar iedereen zelf wat afsteekt maar
georganiseerd zoals bij ons op koninginnedag.
Een klein uurtje later gaan we terug naar het hotel. Anneke brengt de kinderen naar bed en Wim gaat al vast naar de kamer (denkt hij). Helaas wil het slot van de deur niet open. Met behulp van twee medewerkers van het hotel lukt het uiteindelijk wel.
Een
rustige ochtend: uitslapen, ontbijten, en dan even naar
een internetcafé. Om 12 uur verzamelen we in de hal van het hotel voor een van
de hoogtepunten van deze reis: olifant rijden! Met tuktuks worden we naar een
olifantenkamp gebracht, en die rit alleen al is avontuur, over hobbelige
onverharde wegen de natuur in. Ergens midden in het niets stoppen we bij een
rivier, waar we met een soort drijvende steiger naar de overkant worden
gebracht. Daar is het olifantenkamp, zie het verslag
van Johan. Na de
olifantentocht worden we met smalle lange bootjes weer teruggebracht, en krijgen
we een lunch (stokbrood of rijst). De bediening gaat niet erg snel, maar we
zitten er prima en kunnen in de verte ook nog de olifanten zien. Dan dalen we
weer af naar de rivier, voor een tochtje naar een waterval iets verderop.
Weer
met het lange smalle bootje, dat moet twee keer varen want niet iedereen past er
in. Het bootje ligt laag op het water en schommelt vervaarlijk als we tegen de
stroom op varen, maar we komen veilig bij de waterval. Een schitterende brede
waterval, met allerlei poeltjes, een ideaal zwemplekje (maar wel koud water…).
Alle kinderen gaan het water in, en Wim natuurlijk ook. Veel te snel naar onze
zin is het tijd om terug te gaan. De gids wil in elk geval vóór donker terug
zijn in de bewoonde wereld. Wim en Anneke hebben ook haast, want Dilek heeft
kaartjes voor ze geregeld voor een dansvoorstelling in het paleis. Litty en
Johan wachten samen met Guus tot de rest van de groep met het tweede bootje
wordt teruggebracht, maar Wim en Anneke gaan alvast met anderen mee in een
tuktuk terug naar de stad. Net op tijd zijn we bij de hoofdstraat, waar de
nightmarket al in volle gang is. In het voorbijgaan koopt Wim ook nog even snel
een trui want hij verwacht dat we buiten moeten zitten en we hebben geen warme
kleding bij ons. Maar bij het paleis mogen we naar binnen, naar een mooie
theaterzaal.
De
eerste dans lijkt wel een ‘Thaise dans’, maar wordt nu uitgevoerd met de
nationale bloem van Laos in de handen. Dan volgt een ceremonie zoals we ook in
het Tai Lu-dorp hebben meegemaakt, in verkorte vorm en natuurlijk zonder eten en
drinken. Wel krijgen we allemaal om beide polsen een geluksbandje omgeknoopt.
Vervolgens een aantal scénes uit de Ramayana-dans, uitgevoerd door mooi
gemaskerde dansers. We kunnen het verhaal niet helemaal volgen, maar het is wel
mooi. Zie ook het info-stukje over gemaskerde dans. Na een uur
is het afgelopen, en lopen we naar buiten. Dan blijkt dat de
voorstelling in de tuin wordt voortgezet, met een aantal traditionele
volksdansen. Hmong-mensen die balletjes overgooien en mooie instrumenten
bespelen, jongemannen die een vuurdans doen, en een bergstam waarvan de mensen
zo’n sterk gebit hebben dat ze met hun tanden een volle waterkruik kunnen
optillen (van 50 kilo!!!). Het was een mooie avond, jammer dat de kinderen dit
gemist hebben.
We eten nog wat op de markt, en lopen dan terug naar het hotel. Even later vinden we daar Litty en Johan weer, die gezellig met Dilek uit eten zijn geweest. Eerst hadden ze trouwens met een tuktuk de vellen papier opgehaald, die de kinderen gisteren gemaakt hadden. Daarna mochten ze kiezen. Ze wilden graag met Dilek uit eten, maar “niet rijst eten bij een stalletje langs de weg”. We gaan pas laat slapen.