Familie Helder op Reis: Jaartjeweg 2006 - 2007
Een week vol afwisseling. Na uitgebreid bezoek aan Sukhothai trekken we in twee weken naar Ayutthaya, de tweede hoofdstad van Siam, zo’n 450 km ten zuiden van Sukhothai. Deze week bezochten we ook nog een andere stad met tempelruïnes, we hebben een boottochtje gemaakt bij het begin van de Chao Praya én we zijn naar Myanmar geweest!
Het is vaak bewolkt, overdag nog wel bijna 30ºC maar ’s avonds koelt het wat af – een airco op de kamer hebben we al lang niet meer nodig, we zijn vaak wel blij met een (dunne) deken.
Bij de bungalows is een wasmachine die we mogen gebruiken – dat blijkt een belevenis op zich. Het is een ouderwetse bovenlader waarvan het deksel er los op ligt. Eerst moet je met de tuinslang de trommel vullen met water, wasgoed en poeder erin en dan de machine aanzetten. Je ziet de was heen en weer klotsen en het (koude) water steeds donkerder worden van het vuil. Na een minuut of 10 is het klaar, dan kun je de was overbrengen naar twee zinken teilen (ook weer met de tuinslang gevuld), en handmatig nog wat boenen, schrobben en spoelen. De centrifuge doet niet veel meer, dus uitwringen doen we ook met de hand. Het natte goed kan aan een waslijn, – en dan doen de wind en de zon verder de rest: ’s avonds is de hele boel ‘schoon’ en droog.
Gisteren hebben we voornamelijk de tempels in het centrum van het oude Sukhothai bekeken (tempels met een park eromheen); vandaag willen we ruïnes bekijken die wat verder weg liggen (een park met tempels erin). Een schitterend fietsgebied, brede asfaltwegen door de natuur met nauwelijks verkeer.
Als eerste rijden we naar een ‘olifantenstupa’ (met gebeeldhouwde olifanten aan de basis), en naar de wat met ‘tempelgracht’ erom die we bij aankomst in Sukhothai al zagen. En we zien de restanten van oude pottenbakkersovens. Wat je ziet is een serie kleine heuveltjes, met restjes bakstenen muurtjes maar we kunnen ons goed voorstellen hoe het geweest is want in het museum hebben we een mooie reconstructie gezien. Er zijn dus niet alleen maar tempels overgebleven van het oude Sukhothai – gisteren vroegen we ons al af waarom hier helemaal niets meer terug te vinden is van het gewone stadsleven.
Verderop komen we bij een enorme zittende boeddha, omgeven door hoge muren. Die muren zijn hol – er loopt een soort tunneltrap in omhoog waardoor je ter hoogte van het hoofd van Boeddha kunt komen. Langs het plafond van die trap zijn platen met inscripties gevonden – ook hiervan hebben we gisteren in het museum een goede uitleg (en reconstructie) gezien.
Over
een gewone verkeersweg rijden we de stad uit, maar bij de eerste zijweg slaan we
af, en komen dan in de zogenaamde ‘Foresty site’, een bosgebied met her en der
verspreid liggende tempelresten. Ook hier een rustige, mooie asfaltweg. Er is
een tempel op een heuvel, waar je over een verhoogd stenen dijkje naar toe kunt
klimmen; er zijn wats met boeddha’s en zonder boeddha’s, sommige zijn helemaal
vervallen maar bij andere wordt nog wierook gebrand. Je kunt ook goed zien hoe
de grote boeddhabeelden gemaakt zijn: eerst een ruwe vorm van gemetselde
baksteen, en daaromheen met pleisterwerk het beeld. Soms is alleen de bakstenen
vorm bewaard gebleven, maar ook daarin is dan een zittende, staande of liggende
boeddha wel te herkennen.
Om een uur of 4 zijn we terug bij ons huisje; tijd voor wat lezen of zwemmen. Daarna naar een restaurantje, en boodschappen doen. Zolang we in Thailand zijn, krijgen we al zegeltjes bij de 7-ELEVEN-supermarkt. Alle toelichting daarbij is alleen in het Thai, maar we hebben genoeg ervaring met spaaracties om te begrijpen dat je de zegeltjes tot het eind van deze maand kunt inwisselen voor cadeaus, of voor korting op de boodschappen. Onze zegelvoorraad blijkt groot genoeg om vandaag de hele kassabon te betalen, we houden zelfs nog een zegeltje over.
Op tijd vertrokken voor een lange etappe. Helaas enkele slordigheidfoutjes in de routebeschrijving maar met behulp van andere aanwijzingen en de kaart komen we er wel.
De
eerste 20 km gaan over vlakke weg tussen rijstvelden door, eerst met wat
bebouwing, later lijkt het volledig verlaten natuurgebied. In de verte wel wat
heuvels te zien. Mooi rustig fietsen, we schieten lekker op. Een ideaal
fietsgebied, maar we missen elementaire fietsvoorzieningen als een picknickbank.
Bij de afslag naar een andere weg zoeken we een plekje om te rusten, dat wordt
een bankje bij een gesloten winkel/restaurantje. Mocht de winkel open gaan, dan
kopen we nog wel wat – eerst hebben we eigen voorraad. Maar de winkel gaat niet
open: er komt een politiewagen voorrijden, waar drie man uitstappen die
rondlopen alsof ze ergens op wachten. Ze kijken ook naar het gesloten rolluik
waar onze fietsen voor staan. Zullen we die weghalen? Nee hoor, we hoeven ons
niet te haasten. En dan horen we het verhaal: de politie komt het pand
onderzoeken, omdat er vorige week een man is doodgeslagen bij een gevecht… we
zitten op een moordplek! Even later stoppen er nog twee auto’s, waar allerlei
mensen uitkomen met afdrukken van voetstappen, die gaan ze blijkbaar binnen
zoeken, spannend hoor, maar wij stappen toch maar weer op om verder te rijden.
Als het ’s middags warm wordt, hebben we al 60 km gefietst, het is dan niet meer zo ver maar wel nog beetje heuvelachtig.
Kamphaeng Phet is een stadje uit dezelfde tijd als Sukhothai, er is ook een Historical Park met tempelruïnes, en een mooie stadsmuur. Door een opening in de stadsmuur rijden we het oude stadscentrum binnen, dat is toch wel weer indrukwekkend. Aan de andere kant rijden we de muren weer uit, en zo komen we bij ons guesthouse. Het heeft een mooie tuin en bungalowtjes. Hier weer een familiebungalow. Wij een woon- slaapkamer en de kinderen een eigen slaapkamer. In de tuin staat ook een leuk zitje waar wij neerstrijken met water en koekjes. De eigenaar heeft ook een buitenhuis. Daar kweekt hij onder andere longan , een soort lychees, daar mogen we wat van proeven. Wij vinden ze lekker maar aan de kinderen is het niet besteed.
De eigenaar had aangeboden dat we in het guesthouse kunnen ontbijten, met onder
andere yoghurt met fruit. Dat klonk wel aantrekkelijk, maar we schrikken even
als dit op z’n Thais wordt klaargemaakt, met maïskorrels erover! Smaakt
eigenlijk best lekker.
Dan gaan we wat dingen regelen. Wim heeft zijn achterband al een paar keer
opgepompt, maar de band loopt steeds weer leeg en moet dus geplakt. Anneke rijdt
met Litty en Johan naar het politiebureau om uit te zoeken hoe we hier ons visum
kunnen verlengen. In november hadden we een toeristenvisum voor 60 dagen
(tevoren in Nederland geregeld bij de Thaise ambassade), maar na terugkeer uit
Laos hebben we een regulier ’30 dagen-visum’ gekregen, daar hebben we niet
genoeg aan. Ons was verteld dat je in elke provinciehoofdstad het visum zou
kunnen verlengen bij een immigration office, dus dat zou hier ook moeten kunnen.
Op het politiebureau worden we vier keer doorverwezen naar een ander, tot we een
agent treffen die ‘very good English’ spreekt. De kinderen verbazen zich erg
over de gebrekkige Engelse kennis bij de politie hier, die agenten zijn toch
zeker naar school geweest?! De oplossing is uiteindelijk dat de agent iemand
anders belt, zo te horen een westerling, aan wie we onze vraag kunnen
voorleggen. Zo worden we dan toch prima geholpen, maar het antwoord is helaas
wel dat we voor visumverlenging naar een grensovergang of internationaal
vliegveld moeten; hier in Kamphaeng Phet gaat dat niet lukken. We rijden terug
naar onze kamer, waar Wim net klaar is met zijn fiets, en bespreken daar de
mogelijkheden voor Plan B: de grens over, en direct terugkeren voor een nieuw
’30-dagen-visum’. Dat gaan we morgen doen; vandaag gaan we Kamphaeng Phet
bekijken.
Eerst de ruïnes binnen de oude stadsmuren, en dan nog een paar wats buiten de
muren. Beide groepen staan in een mooi park waar het volop herfst is. De grote
bladeren van de teakbomen dwarrelen naar beneden en liggen al in dikke lagen op
de grond. Anders dan bij ons zijn de bladeren heel droog en hard. Ze knisperen
als je er overheen loopt. In Sukhothai vonden we het al erg rustig, maar hier zijn helemaal weinig
toeristen, het park rond de ruïnes wordt door de Thai wel gebruikt om te joggen.
En als ‘s middags de school uitgaat, gaan er ineens twee zijhekjes open zodat
een hele stoet kinderen dwars het terrein kan oversteken – als die ook meetellen
bij de bezoekersaantallen, is het een topattractie hier!
Veel boeddhabeelden op deze ruïnes zijn van lateriet. Lateriet is een steensoort van vulkanische oorsprong waarop met name de wind veel invloed heeft. Veel boeddhabeelden zijn daardoor helemaal versleten. Ze hebben vormen gekregen die lijken op wat je in de westerse moderne kunst tegenkomt. Wij vinden die beelden erg mooi. Voor de religieuze beleving van de Thai schijnt het niet uit te maken hoe een boeddhabeeld er uit ziet. Zij lijken van mening dat wat eens een boeddhabeeld was altijd een boeddhabeeld is. Zo kan het gebeuren dat je wierook ziet branden op plekken waar je wel heel goed je best moet doen om er nog een boeddha in te herkennen.
Langs de Ping-rivier (die we ook in Chiang Mai al zagen), gaan we zitten voor mandarijntjes en wat drinken. Daarna kopen we allerlei lekkers op de markt, en eten dat ook aan de rivier op. Niet al te veel experimentele dingen vandaag, wel stukjes inktvis, soort Luikse wafel (met maïskorrels erin…), gefrituurde groene groente (gelukkig, niet pittig), en nog wat rijst, vlees en tomaatjes. Wij hebben hier geen andere toeristen gezien, maar er lopen wel kinderen rond met vogeltjes in een kooitje (wil je die kopen om vrij te laten?) en iemand met een jonge olifant (wil je fruit kopen om te voeren?) – die verwachten hier blijkbaar wel klanten.
Toen we in het zuiden vlak langs Myanmar reden, zagen we op diverse plaatsen al aanbiedingen voor een zogenaamde visa-run: dagtrips naar het buitenland, waarna je bij terugkeer in Thailand weer voor 30 dagen verblijfsvergunning krijgt. We hebben diverse westerlingen gesproken die op deze manier al jarenlang zonder problemen in Thailand verblijven. Maar eind vorig jaar zijn de regels aangepast, en zou je na 3 keer 30 dagen minstens 90 dagen weg moeten blijven. Of je mag in een periode van 6 maanden nog slechts 90 dagen in Thailand zijn. We komen er niet achter hoe deze nieuwe regeling in de praktijk precies werkt, nergens staat of je ook de periode moet meetellen dat je met een toeristenvisum in het land bent geweest – in dat geval zouden wij dagen tekort komen, want vanaf begin november zijn wij al 75 dagen in Thailand maar het duurt nog wel een paar weken voordat we bij de grens van Cambodja zijn. We gaan het gewoon proberen.
Om half negen worden we met een busje opgehaald. Vanaf Kampaeng Phet is het 200 km tot de grensovergang bij Mae Sot, eerst een vlakke autoweg maar dan slaan we af naar de A1, de beoogde Pan Asian Highway van Istanbul naar Singapore. De weg gaat hoog de bergen in, tot over 900 meter, en daalt dan weer af naar een rivier bij Mae Sot die de grens vormt met Myanmar. Bij de zogenaamde Friendship Bridge stappen we uit, deze brug is in 1997 geopend als officiële grensovergang. De brug wordt voornamelijk door voetgangers gebruikt maar er zijn ook enkele auto’s die de grens overgaan. Midden op de brug wisselt de rijrichting van links naar rechts, want hoewel Myanmar een Britse kolonie is geweest, rijdt het verkeer er rechts. Aan de overkant ben je in de Birmese plaats Myawadi.
We
zouden dit dagtripje nooit zelf bedacht hebben (willen we wel naar Myanmar?),
maar het wordt een geweldige ervaring. Zelfs hier, vlak aan de grens met
Thailand, merk je een wereld van verschil. “50 jaar terug in de tijd”, zeggen de
Thai – nauwelijks gemotoriseerd verkeer, alleen de hoofdstraat is verhard. De mannen hebben een doek om hun middel gewikkeld, de vrouwen
lopen rond met allerlei vracht balancerend op hun hoofd. Als we ergens een klok
zien, lijkt die een half uur achter te lopen, maar een volgende klok geeft
dezelfde tijd aan - loopt Myanmar echt achter op Thailand? Meer klokken zien we
niet, maar later zoeken we het op: Myanmar heeft inderdaad een eigen tijdzone. Zelfs Boeddha is hier
anders, merken we als we een tempel bezoeken: de beelden hier hebben bijna een
vrouwelijk gezicht. Zie verder ook het infostukje van Litty.
Halverwege de middag wandelen we terug naar de moderne beschaving van Thailand.
Toen we ’s morgens een stempel haalden voor vertrek uit Thailand, had de beambte ons al verteld dat we nog één keer 30 dagen terug mochten komen – hoe je die 90 dagen nu precies moet tellen weten we nog steeds niet, maar wij hebben toestemming om tot 1 maart in Thailand te blijven, dat moet genoeg zijn.
Op de terugweg stoppen we een in het begin twee keer voor een foto. De eerste keer bij een uitzichtpunt met tempel waar in het voorbijgaan de meeste auto's toeteren (als eerbetoon?). De tweede keer bij een uitzichtpunt over de bergen. Daarna rijden we in één keer het lange stuk terug naar Kamphaeng Phet. Vlak bij de stad wordt er nog een keer getankt want wij moeten de huur van de auto met chauffeur en een volle tank betalen. De chauffeur doet zijn uiterste best de tank tot de laatste druppel te vullen.
Als we 's avonds door de stad lopen, merken we hoeveel er ook hier verbrand wordt: her en der dwarrelen grote roetvlokken naar beneden, het kan toch niet gezond zijn om hier te wonen!
Na de bijzondere dag van gisteren komen we vandaag wat moeilijk op gang. Bij vertrek krijgen we van de pensionhouder alle vier een klein boeddha-amulet, dat ons geluk moet brengen bij de verdere reis. Via smalle betonpaadjes (met wel honderd honden op een stukje van 1 kilometer) rijden we de stad uit, en dan volgen we bijna 40 kilometer een weg tussen de suikerrietplantages.
Het is oogsttijd, en we worden voortdurend ingehaald door
overvol beladen wagens vol suikerrietstengels – je ruikt ook de zoete geur. Bij
de ene plantage wordt machinaal geoogst, bij een volgende gebeurt alles nog
handmatig. Als we eenmaal de suikerrietfabriek gepasseerd zijn, wordt het
rustiger op de weg. Via een brug steken we de Ping over, en rijden dan aan de
andere kant van de rivier verder langs rustige smalle weggetjes. Ook dit stuk
heeft veel honden en die hebben vandaag vaak zin in een achtervolging of
tenminste een blafconcert. De route is verder mooi. Er wordt van alles verbouwd:
natuurlijk bananen, suikerriet en rijst, maar ook mango’s, kokosnoten, papaya’s,
pomelo’s en sinasappels. Na enkele stops zijn we aan het eind van de middag bij
ons einddoel voor vandaag, een "motel". Het heeft geen restaurant en ligt nog
voor de stad. De voorraden soep en instantnoedels komen weer goed van pas.
Een mooie, rustige fietsdag. Eerste deel weer langs
slingerende weggetjes door landbouwgebied waar we veel (maar niet alles)
herkennen. We rijden veel vlak langs de Ping. Er wordt water opgepompt uit de
rivier, waarmee de slootjes tussen de gewassen gevuld worden.
Voor het eerst zien we vandaag ook een levende slang in het wild, of eigenlijk alleen Wim: vlak voor hem kronkelt de slang razendsnel de weg over. Daarna een iets bredere asfaltweg, die eindigt in de drukte van de grote provinciehoofdstad Nakhon Sawan. Het lijkt Bangkok wel, als we er binnen fietsen! Leuk is wel dat er heel veel Chinese straatversiering is, in deze stad wordt het Chinese Nieuwjaar (komende week) uitbundig gevierd.
Gelukkig vinden we ook hier weer een hotel met rustige kamers. Aan het eind van de straat is een groot winkelcentrum, met allerlei restaurantjes. We eten susi, een pot kokend water waar je allerlei gerechten in kunt kiepen (groenten, vis, vlees, tofu; Johan kiest ook ‘jelly fish’, kun je kwal ook eten?) en er met een soort schepnetje weer uit vissen, en dan krijg je ook nog lekkere bouillon.
In Nakhon Sawan stroomt de Ping samen met twee andere
rivieren, en vormt dan de Chao Praya die ook door Bangkok stroomt. Na het
ontbijt wandelen we richting rivier, langs marktkraampjes met vissen, slangen,
kikkers en allerlei soorten groenten. Men is druk bezig met voorbereidingen voor
het Chinese nieuwjaar. Op het strand ligt al een enorme draak; langs de kade
worden daar verschillende ‘opblaas-figuren’ bijgeplaatst. Onder andere van een
hijgend hondje die een estafettestokje doorgeeft aan een varken: volgens de
Chinese jaaraanduidingen is het nu het jaar van de hond, en wordt 2007 het jaar
van het varken.
Met een klein bootje maken we een tochtje ‘naar de oorsprong van de Chao Praya’, er staat een kilometeraanduiding langs de oever, net als langs de Rijn: nog 379 km tot de zee. Als je goed kijkt zie je dat er bij het samenvloeien verschil in waterkleur is tussen de rivieren die de Chao Praya vormen. Het verschil is zo gering dat je het op de bijgevoegde foto van het beginpunt niet zult terugzien. We gaan terug naar het hotel, voor schoolwerk. Wim probeert nogmaals bij een internetcafé de website bij te werken (helaas, weer niet gelukt). ’s Avonds lopen we weer naar het winkelcentrum, om te eten en wat rond te kijken.