Familie Helder op Reis: Jaartjeweg 2006 - 2007
geschreven door Litty
Wij zijn een dag in Myanmar geweest om ons Visum te verlengen. Thailand is veel rijker dan Myanmar, dat zie je gelijk als je in het dorpje over de grens aankomt. In Myanmar zijn de mensen anders gekleed dan in Thailand, de mensen dragen grote manden met spullen op hun hoofd, de mannen dragen “rokken” en de mensen hebben van lappen stof tassen gemaakt die je op je hoofd draagt. Zo’n tas is zo zwaar dat ze hem met vijf mensen niet eens op iemands hoofd getild krijgen!!
Voor Thailand heb je een Visum nodig. Er bestaat een gratis
“visum” voor 30 dagen, daarmee mag je gratis 30 dagen in het land in. Als je langer wou blijven moest je dat eerst vragen bij een Thaise ambassade in
een ander land. Toen hadden mensen bedacht om –als die 30 dagen bijna om zijn-
eventjes het land uit te gaan. een rondje te lopen en dan weer terug te komen zodat je weer 30 dagen
gratis in Thailand mag blijven. Dat hebben wij nu ook gedaan. Als je de grens
overgaat om je visum te verlengen krijg je eerst een stempel in je paspoort
omdat je Thailand uitgaat dan een stempel omdat je
Myanmar/Laos/Cambodja/Maleisië ingaat. Dan loop je een tijdje rond in het andere
land en krijg je bij terugkeer een stempel omdat je
Myanmar/Laos/Cambodja/Maleisië uitgaat en dan weer een omdat je Thailand weer
ingaat. Zo raakt je paspoort wel snel vol met stempeltjes natuurlijk!
Al voor de brug zien we mannen lopen met “rokken” en mensen
met een mooie zelfgemaakte tas op hun hoofd. Als we bij de grens komen moeten we
ergens een kantoortje binnen terwijl er allemaal mensen doorlopen. Als we op de
grensbrug zijn, zien we mensen kleren wassen in de rivier. De vrouwen slaan met
de kleren hard op de stenen om de kleren schoon te krijgen. Op de brug zitten
kinderen te spelen; ze leggen met puzzelstukjes een huis en springen eroverheen.
Dit spel kan ook als er al een paar stukjes van je puzzel ontbreken. Als we in
Myanmar komen zien we heel veel stalletjes die kunnen rijden. In Laos bij de
bergstammen hebben we ook van dit soort winkeltjes gezien. Alle zakken chips en
koekjes zitten met een paar bij elkaar weer in een grotere zak waar je ze uit
moet halen. Overal staan en rijden een soort bakfietsen. Die bakfietsen zijn
niet bedoeld voor de toeristen want er zijn bijna geen toeristen. Er zijn wel
mensen die in een bakfiets zitten maar dat zijn Birmese mensen. Er is een
hoofdweg die geasfalteerd is, als je een zijweggetje in gaat kom je gelijk op
een stoffig zandweggetje. En dan te bedenken dat dit een rijke grensstad is! Als
we terug gaan over de brug zien we dat je ook met een band
(vrachtwagenbinnenband, net als bij tuben) naar de overkant kan. We hebben van
iemand gehoord dat dat mag maar de mensen mogen alleen maar tot de markt in
Myanmar. Vanuit de markt kun je heel makkelijk verder het land in. Zo is de
grens natuurlijk niet te bewaken.