Familie Helder op Reis: Jaartjeweg 2006 - 2007
De hele week op Galápagos! Tot donderdag varen we op een luxe jacht. Dankzij de groep Duitsers is er een tweede gids aan boord, en bij excursies splitst de groep steeds in tweeën. Wim en één van de Oostenrijkse vrouwen gaan meestal met de Duitstalige groep mee, Anneke en de kinderen volgen de Engelse verhalen van onze gids Willian. Er is veel te vertellen, want er is gewoon heel veel bijzonders te zien hier!
Na de boottocht blijven we nog vier nachten in een hotel op het eiland Santa Cruz.
Vannacht niet gevaren; we hebben de hele nacht voor anker gelegen bij de haven van Puerto Ayora. ’s Morgens vroeg komt de vuilnisman langs, met een klein motorbootje worden bij de grote schepen de vuilniszakken opgehaald.
Na het
ontbijt gaan we met de rubber bootjes naar de kade. Daar staat een bus voor ons
klaar. We rijden ver het binnenland in, naar een plek waar landschildpadden ‘in
het wild’ te zien zijn. Op het terrein van een landeigenaar, waar veel
fruitbomen staan, lopen tientallen reuzeschildpadden – ze zitten niet achter een
hek, maar hebben gewoon geen behoefte om weg te gaan. In een ondiep vijvertje
zien we de eerste drie schildpadden. De gids vertelt dat er verschillende
soorten Galápagos-schildpadden zijn, bijna elk eiland heeft een andere soort
(verschillend formaat, andere vorm schild). De grootste schildpad hier weegt 180
kilo, en er is ook een ‘jonkie’ van ongeveer 15 jaar.
Vanaf
de boerderij met de schildpadden rijden we een klein stukje met de bus naar een
zogenaamde lava-tunnel. Net als de andere Galápagos-eilanden is Santa Cruz een
vulkaaneiland, en toen de vulkaan uitbarstte en grote hoeveelheden lava naar
beneden stroomden, was soms de bovenste laag al gestold terwijl daaronder nog
lava stroomde – als die onderste laag dóórstroomde, ontstond een holle ‘tunnel’.
Er zijn heel veel van die lavatunnels op Santa Cruz, die eigenlijk allemaal
doorlopen tot bij zee. Op plekken waar de bovenlaag dun was, is het plafond soms
ingestort – zo kun je nu op sommige plekken in- en uit een lavatunnel klimmen.
Wij lopen een paar honderd meter door een lavatunnel. Eerst is de tunnel hoog en
breed, “het zou wel een autotunnel kunnen zijn”, vindt Litty, maar een stukje
verder herziet ze die mening: daar liggen allemaal rotsblokken op de grond, en
moet je klauteren om verder te kunnen. Ook komt er nog een klein smal stukje
waar je eigenlijk alleen op handen en voeten doorheen kunt – maar daarna is de
tunnel weer breed. Wel heel bijzonder, dat hier ooit de gloeiend hete lava
stroomde!
We
rijden terug naar de kade van Puerto Ayora, en gaan naar de boot om te lunchen.
’s Middags gaan we weer het eiland op; nu wandelen we vanaf de kade naar het Charles Darwin-centrum. Dit is een soort bezoekerscentrum van het Nationaal Park Galápagos. Ook is er een broedprogramma voor schilpadsoorten die met uitsterven worden bedreigd. Eieren worden hier uitgebroed, en de kleine schildpadjes blijven in het centrum totdat ze ongeveer 4 jaar zijn – dan zijn ze groot en sterk genoeg om in de natuur te overleven. Ook is hier de laatste schildpad van het eiland Pinta, “eenzame Sjors” – al jarenlang zoekt men een vrouwtje voor Sjors, om zo de soort in stand te kunnen houden.
Het reisverslag van vandaag is geschreven door Litty
We gaan aan land op Española eiland. Daar zitten veel zeeleguanen en ook veel zeeleeuwen.
oevoeging Wim. Zeeleguanen zijn heel bijzondere dieren. Ze leven van het zeewier dat ze onder water eten. Omdat het water rond Galapagos nogal koud is kunnen deze koudbloedige dieren het maar een uurtje uithouden (altijd nog langer dan wij) De rest van de dag liggen ze in de zon op te warmen.
Na een tijdje zien we een klein schattig zeeleeuwtje dat z’n moeder
aan het zoeken is. Als de baby’s vijf dagen oud zijn blijft de moeder niet meer
bij ze. De kleintjes krijgen dan ’s avonds melk maar als ze nog heel klein zijn
zoeken ze de hele dag naar hun moeder. Als ze groter zijn hebben ze wel door dat
er een bepaalde tijd is voor melk.
We zien een nest van een Galapagos havik en wat Jan-van-Genten.
Dan komen we bij
een plek waar allemaal albatrossen zitten we blijven een tijdje kijken, na een
tijdje landt een albatros, we zien er ook een paar vliegen. Dan komen we bij de
“International Airport voor albatrossen” een plek waar albatrossen gaan
opstijgen en landen.
Als we een tijdje zitten zien we er eentje gaan, hij rent
en staat weer stil en dan loopt ie weer, rare beesten. Als hij bij de afgrond is
laat hij zich vallen, na een tijdje vindt hij de goede lucht en komt hij omhoog. Daarna stijgen nog twee albatrossen op.
Als we verder lopen zien we een waterspuitgat, er komt water in en daarna spuit het omhoog, mooi gezicht! Dan gaan we terug naar de boot om te eten.
Toelichting Wim: Het gat is een omgekeerde trechter met de nauwe kant naar boven. Als een grote golf water naar binnen duwt, wordt de druk aan de nauwe bovenkant zeer groot en ontstaat een fontein van zeker 15 meter hoog. Het ziet er uit als een soort Geiser. De kracht van het water is zo groot dat er soms zeeleguanen op mee worden gelanceerd. Dat hebben wij helaas niet gezien.
Het reisverslag van vandaag is geschreven door Johan
We varen vannacht tot kwart over zes, naar Islas Lobos [dit is een klein eilandje, vlak voor de kust van San Cristóbal]. We horen de zeeleeuwen, en ontbijten gewoon om zeven uur. Na het ontbijt gaan we aan land. Dit is een eiland met heel veel zeeleeuwen, enkele fregatvogels en blauwvoet jan-van-genten.
Na de wandeling
gaan we aan boord om zwemkleding aan te doen. We gaan voor de tweede keer
snorkelen met zeeleeuwen! De zeeleeuwen gaan met een zeester spelen en bijten in
je flipper, grappig spelletje.
Na een tijdje heeft iedereen genoeg van het ijskoude water en gaan we terug naar de boot om iets warms aan te doen. We varen naar Puerto Baquerizo Moreno, de hoofdstad van de Galápagos eilanden. [Dit is op het eiland San Cristóbal.] De bus komt voorgereden om ons naar het hoogland te brengen, om daar een andere soort schildpad te zien. We vinden een paar schildpadden en bekijken jonkies in een opvangcentrum. We rijden met de bus naar beneden en hebben een uur in het stadje. We bekijken wat souvenirwinkeltjes en bekijken de zeeleeuwen op de kade. Om zeven uur gaan we eten, erg lekker. Na het eten doen we nog een kaartspel en gaan naar bed.
Vanaf
een uur of drie hebben we weer gevaren, en om kwart over 6 ’s morgens zijn we
bij onze eerste bestemming van vandaag, het eiland Santa Fé. Als we na het
ontbijt naar een strandje varen, zien we in het water een grote haai. Op en om
het eiland zien we weer veel zeeleeuwen, hier zijn ook enkele dominante
mannetjes die met luid gebrul hun territorium verdedigen. We volgen een
wandelpad over het eiland dat met een boog naar een ander strandje leidt.
Onderweg zien we enkele landleguanen, een beetje geelbruin van kleur. Eerst
miezert het een beetje, later wordt het droog en dan zien we hoe de leguanen
regenwater drinken uit een kuiltje in de lavarotsen. Heel grappig om te zien, je
ziet dan goed hun roodroze tong!
Op
de terugweg vaart de boot waar Wim langs een zeeleeuwenpaartje dat in het water
de liefde bedrijft. Ze maken er een pektakelstuk van. Ze draaien om elkaar heen,
springen tegen elkaar op en brullen flink.
We gaan terug naar de boot om de zwemkleding aan te doen en snorkelspul te pakken, en dan meteen weer met de kleine bootjes weg. We gaan snorkelen aan de buitenrand van een beschutte baai, langs een rotswand met heel veel vissen. Wel wat lastiger zwemmen, want hier zijn veel meer golven, en bovendien is het water net als de vorige dagen flink koud. Johan blijft in de boot, het Australische meisje ook, maar de rest gaat toch het water in. Er zijn echt ‘miljoenen vissen!’, zoals Wim zegt. Litty ziet “sudoku-vissen, die zwemmen in vierkantjes”, en Anneke ontdekt een reuze-formaat goudvis. Pech is wel dat Wim zeewater ontdekt in zijn video/fototoestel – de sluiting van de onderwaterhoes werkt niet goed, en nu is onze “robot-camera” verdronken!
Terug op de boot gaan we lekker warm douchen en omkleden – voordat we daarmee klaar zijn, varen we al. Tot de lunch zitten we boven op het zonnedek, het is nu lekker weer, en er zwermen verschillende fregatvogels rond de boot. Ook als we gaan lunchen varen we nog, dat is wel lastig eten opscheppen op zo’n schommelende boot!
We
varen naar een geul tussen twee kleine eilandjes, Noord Plaza en Zuid Plaza.
Daar liggen we nog een uurtje voor anker, en dan gaan we het eiland Zuid Plaza
bezoeken. Een laag eiland, dat er mooi uitziet met een soort rood tapijt erover:
die kleur komt van een vetplant die in deze tijd van het jaar rood wordt. Bij de
pier is het even lastig uitstappen, want daar liggen vier grote zeeleeuwen die
weinig haast maken om aan de kant te gaan. Ook zien we weer veel zeeleguanen en
grote rode krabben. Op het eiland staan grote cactusbomen, die vormen het
voedsel voor de landleguanen. Al snel zien we een landleguaan, en daarna nog
véél meer! We zien ook stukjes vissenhuid, die zijn uitgebraakt door een
zeeleeuw (net zoiets als een braakbal van een uil; zeeleeuwen eten vissen met
huid en haar op en hoesten daarna om de oneetbare delen weer kwijt te raken).
Aan de
andere kant van het eiland is een hoge rotswand, hier nestelen onder andere
keerkringvogels en zwaluwstaartmeeuwen. Boven op de rotsen liggen zeeleguanen
te drogen in de zon, en ook hier zijn enkele zeeleeuwen. Op de terugweg zien we
ook nog het uitgedroogde lijk van een dode leguaan, en een dood baby-zeeleeuwtje.
Dat is natuurlijk een minder leuk gezicht – gelukkig zien we ook nog wat levende
zeeleeuwtjes, schattig, Litty zou ze zó mee naar huis willen nemen! Een
zeeleeuwtje komt nieuwsgierig aan onze schoenen snuffelen, en op het strand zien
we een zeeleeuw die languit gaat liggen om een poep te doen!
Terug op de boot gaan we al wéér varen, alvast op weg naar onze bestemming van morgenochtend – dan hoeven we vannacht niet te varen. Ook nu is het zonnig, soms wel fris als de zon achter de wolken verdwijnt maar Anneke geniet toch op het bovendek. Litty en Johan doen kaartspelletjes met enkele reisgenoten, en Wim zit wat te kletsen en te lezen. Toevallig lopen Litty en Johan aan dek als het anker neergelaten wordt – Johan mag daarbij helpen, en dat blijkt heel simpel: niet aan een touw trekken of een rad ronddraaien, maar gewoon met een afstandbediening! ‘Push’, en dan over de reling kijken: als de ankerketting niet meer strak staat, is het ver genoeg.
Voor het eten krijgen we een afscheidsdrankje van de bemanning, die net als de eerste avond hun mooie witte uniformen hebben aangetrokken. Daarna voor de laatste keer een toelichting op het programma van de volgende dag, en dan aan tafel.
Omdat we ook deze laatste ochtend nog een excursie hebben, begint het programma een half uur vroeger dan de andere dagen: half 7 ontbijt, half 8 van boord. Net als andere dagen komt iedereen een kwartier tevoren al naar het achterdek, om zijn schoenen te pakken (aan boord lopen we op blote voeten of slippers; de schoenen worden in een krat bewaard) en een zwemvest om te doen.
Het is weer een natte
landing vandaag, aan een rustig strandje, zónder zeehondjes! We zijn hier weer
aan de noordkant van het eiland Santa Cruz, bij Bachas. Eerst lopen we een
eindje naar rechts over het strand, vlak langs de vloedlijn zodat we niet de
nesten van zeeschildpadden verstoren. Schildpadden komen bij donker aan land om
hun eieren te leggen, en later gaan de kleintjes ook weer in het donker terug
naar zee, dus veel kans om een schildpad te zien is er niet – bovendien is het
nu geen broedseizoen. We zien wel enkele kuilen in het zand, dat zijn
schildpadnesten geweest. Bij zee zien we enkele zeeleguanen. Eentje maakt een
prachtig spoor naar het water toe.
Dan
lopen we zo’n 20 meter landinwaarts naar een lagune, en daar staat een flamingo!
(de soort is de rode of Amerikaanse flamingo een andere soort dan we in de Andes
en aan de kust). Anders dan veel andere dieren hier, zijn flamingo’s wél schuw, en we moeten dan
ook erg stil zijn om de vogel niet weg te jagen. Iets meer naar rechts drijft
nog iets roze in het water: een dode flamingo! We kijken liever naar de levende,
een schitterend gezicht, de spiegeling in het water. In totaal leven er 800 tot
1000 flamingo’s op diverse eilanden in de Galápagos, maar hier zijn er meestal
maar een paar. In dierentuinen zie je flamingo’s meestal in een grote groep,
soms ook nog met een spiegel erbij om de vogels het gevoel te geven dat ze met
méér zijn, maar hier leven ze dus ook in kleine groepen of zelfs alleen.
We lopen terug naar de landingsplaats, en dan nog een stukje naar links langs het strand, waar nog een lagune is. Daar zien we helaas geen flamingo’s, wel een grote reiger, “maar die kunnen we thuis ook zien”, vinden de kinderen. In de golven ontdekt Johan nog enkele grappige visjes die dicht bij de bodem zwemmen, en dan is het tijd om weer aan boord te gaan.
Na een week op de Monserrat, moeten nu de tassen weer worden ingepakt. Dan is er nog tijd voor een kopje koffie en een snoepje, en zo varen we richting Baltra, het eiland waar het vliegveld is. Met de rubberbootjes worden we aan land gebracht, en daar komt een pendelbus die ons naar het vliegveld brengt. Daar is het weer (of waarschijnlijk: nog) net zo’n rommelige toestand als vorige week, nieuwe toeristen zoeken hun gids, of wachten op hun bagage, en vertrekkende toeristen staan geduldig in de rij om in te checken. Wij vliegen vandaag nog niet terug naar het vasteland – met een pendelbus rijden we weer naar het kanaal tussen Baltra en Santa Cruz, daar steken we over met de veerboot en dan nemen we de bus naar Puerto Ayora.
We
gaan naar hetzelfde hotel als vorige week; dit keer krijgen we twee kamers op de
begane grond. Bij de bakker om de hoek halen we broodjes voor de lunch, en we
brengen wat vuil wasgoed naar de wasserette. Verder doen we het rustig aan
vandaag. En daar zijn we niet de enigen in. Ook de zeehonden liggen lekker te
rusten op hun privé plekje. Wim en Anneke lopen samen een rondje door het stadje, wat boodschappen
doen en informatie verzamelen voor de komende dagen. Na een tijdje komen ze Litty en Johan tegen,
die zelf ook op stap zijn gegaan voor een wandeling langs de rij souvenirwinkeltjes.
Ze hebben een tas bij zich met truien (we hebben wel gemerkt dat het weer
hier heel plotseling kan omslaan) en een flesje drinkwater - ze hebben zich goed
voorbereid: "Mama heeft toch ook altijd een rugzak bij zich als we de straat op gaan,
wat zou die allemaal meenemen?".
Om 5 uur zijn we alle vier terug in het hotel; daarna gaan we gezamenlijk weer op stap om te
eten.
Heerlijk uitgeslapen tot 8 uur, en dan rustig ontbijten in het hotel. Dan pakken
we onze dagrugzakjes in voor een wandeling naar een schildpaddenbaai, 3 km
buiten het stadje. Schildpadden zullen we er wel niet zien, maar het moet een
mooi strand zijn. Vlak buiten het stadje is een controlepost van het Nationaal
Park, hier moeten we onze naam en paspoortnummer registreren. Vanaf hier is er
een schitterend wandelpad, door een bos met lava-rotsblokken, kale bomen en hoge
cactussen, met heel veel vogels en hagedisjes. We zien ook een hagedisje dat
zijn staart is kwijtgeraakt – het loopt net zo snel als zijn soortgenootjes. Het
pad gaat op en neer, 2,5 km lang, tot aan zee.
Bij dit stuk strand is het gevaarlijk om te zwemmen, vanwege een sterke stroming – er zijn wel hele mooie hoge golven! Het is een ongelooflijk mooi strand, heel breed, met (bijna) wit zand, geen schelpen, nauwelijks mensen en al helemaal geen rotzooi. Enkele pelikanen vliegen laag over, of drijven op de golven. Hier gaan we een tijdje zitten, genieten van de mooie omgeving en van de vinkjes die nieuwsgierig op ons af komen, in de hoop wat kruimeltjes te vinden. Binnen de kortste tijd zitten er 12 darwinvinkjes om ons heen, zwarte en bruine, ze zitten op de rugzakjes, op Litty’s schoen en op Anneke’s rug.
We
lopen een stukje naar rechts over het strand, tot we bij een plek komen waar de
lava-rotsen tot bij zee doorlopen. Op de uitstekende lava is een wandelpad, maar
wij nemen eerst de doorsteek naar een volgend strandje, aan een lagune. Dit
strandje is wel veilig om te zwemmen en te snorkelen, er zijn hier ook wat meer
mensen, en er komt een grote scouting-groep. Het is er ongetwijfeld veilig, maar
ook een beetje saai, vinden de kinderen, zeker nu het eb is: er zijn hier
helemaal geen golven! Wim gaat nog wel snorkelen, maar Litty en Johan gaan
liever met een balletje spelen.
Na het brood eten lopen we terug naar het strand met de hoge golven. Wim en Anneke volgen daarbij het wandelpad langs vele zeeleguanen (kleintjes, maar ook enkele oude met grote dikke stekels op de rug). Ook zien we Blauwvoet Jan van Genten.
Zwemmen is hier te gevaarlijk, maar als je een klein eindje het water inloopt, kun je ook al heel pret hebben in de golven; Wim, Litty en Johan genieten! Aan het eind van de middag lopen we met vele anderen terug naar de uitgang – om 6 uur moet iedereen weg zijn. Als we ons afmelden, zien we dat anderen die er ’s morgens om 10 uur al waren, inmiddels al lang weer weg zijn – gelukkig hadden wij de hele dag de tijd, het is er vreselijk mooi!
Openbaar vervoer op het eiland is lastig, omdat de bussen eigenlijk alleen rijden als er een vliegtuig aankomt of gaat vertrekken. Als je ergens heen wilt iets verder vanaf Puerto Ayora, kun je een fiets huren – en dat gaan we vandaag doen. We hadden een tochtje gepland naar een strandje aan de zuidoostkust van het eiland, waar ook een mooie lagune is – daarvoor moet je helaas wel eerst een stuk klimmen, er loopt geen weg vlak langs de kust. Maar we zijn niet in topconditie, de gehuurde fietsen zijn niet echt geweldig en de weg omhoog valt niet mee.
Na
ruim een uur stoppen we voor een pauze. Het is fris en winderig en we besluiten
onze plannen aan te
passen. We zijn dan in het plaatsje Bellavista, 200 meter boven zeeniveau. We
gaan niet door naar het strandje, maar bezoeken lavatunnels hier in de buurt.
Dat is wel heel indrukwekkend, want er is een enorm lange tunnel met veel
bochten – gelukkig krijgen we grote zaklampen mee, want al na de tweede bocht
zie je echt helemaal niets meer, het is aardedonker. Na 800 meter onder de
grond, zien we weer daglicht. Daarna nog twee kleinere tunnels, en dan lopen we
terug naar onze fietsen.
Vanaf Bellavista zoeven we in grote vaart terug naar Puerto Ayora. In de afdaling vliegt er een vogel vanuit de berm zomaar tegen Litty's wiel. Anneke rijdt achteraan, en ziet het gebeuren. Gelukkig kan Litty haar evenwicht bewaren. Als Anneke de plek van de botsing voorbij rijdt, ziet ze de vogel weer overeind krabbelen - gelukkig maar, we hoeven ons dus niet schuldig te voelen dat we misschien wel een zeldzame Galápagos-vogel gedood hebben!
Onderweg bezoeken Wim en Anneke nog een lavatunnel. De kinderen blijven liever boven wachten. Het fietstochtje op deze flutfietsen heeft ons heel wat spierpijn bezorgd.